Cortaderia selloana Pumila - Herbe de la Pampa
Cortaderia selloana Pumila - Pampasgras
Cortaderia selloana Pumila - Pampasgras
Cortaderia selloana Pumila - Pampasgras
Cortaderia selloana Pumila
Pampasgras , Toe toe , Toetoe
Laat u verleiden door andere soortgelijke variëteiten die op voorraad zijn
Alles bekijken →12 maanden terugnamegarantie op deze plant.
Meer info
Wij garanderen de kwaliteit van onze planten gedurende een volledige groeicyclus.
Wij vervangen op onze kosten elke plant die niet is aangeslagen onder normale klimatologische en plantomstandigheden
Is deze plant geschikt voor mijn tuin?
Ik maak mijn Plantfit-profiel aan →
Beschrijving
BELANGRIJK: uit zorg voor het behoud van onze natuurlijke ecosystemen en in overeenstemming met Europese Verordening nr. 1143/2014 betreffende de preventie en het beheer van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten, hebben wij deze plant uit ons assortiment verwijderd. Deze is daarom niet meer te koop.
De Cortaderia selloana 'Pumila', beter bekend als Pampasgras 'Pumila', is een variëteit met een geringe groeikracht en een compactere groeiwijze. Ze vormt eind zomer opvallende, pluizige en zijdezachte pluimen in een zacht, zilverachtig blond. Deze variëteit is iets minder winterhard dan andere en is daarom vooral geschikt voor milde klimaten. Deze prachtige vaste siergras is makkelijk te telen op een zonnige plek, zelfs in zoute grond. Daardoor is ze perfect voor tuinen aan de kust.
De Cortaderia selloana, die ook wel Gynerium of Cortaderia argentea wordt genoemd, is een grote, zeer decoratieve siergras die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae). Ze is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika, meer specifiek uit Argentinië en Brazilië, waar ze zich rijkelijk uitzaait en bermen, oevers, braakliggende terreinen en verstoorde gebieden koloniseert. Deze plant kenmerkt zich door een grote aanpassingsvermogen aan de bodem waarin ze staat en accepteert zelfs de semi-aride omstandigheden van subtropische klimaten. Het is een tweehuizige plant, wat betekent dat er mannelijke en vrouwelijke exemplaren bestaan. Er zijn veel cultivars uit ontwikkeld, waarvan de winterhardheid sterk varieert.
De variëteit 'Pumila' onderscheidt zich van de soort vooral door haar lagere en compactere groeiwijze, maar ook door de bleekgele kleur van haar bloeiwijzen. Dit siergras vormt een pol met lineair blad, dat bij niet al te strenge winters wintergroen blijft. De bladeren zijn scherp, taai en ritselend. De volwassen plant bereikt een hoogte van 1,20 meter in bloei, met een breedte van 80 cm tot 1 meter. Haar groeiwijze, licht gebogen, doet een beetje denken aan een fontein. De bladeren hebben een vrij intens grijs-groen-blauwachtige kleur. Haar prachtige bloeiwijzen verschijnen eind zomer, in augustus-september, in het midden van de pol. Het zijn grote, pluizige pluimen van 30 tot 50 cm lang die minstens tot november aan de plant blijven, terwijl ze intense zilverachtige reflecties krijgen. Ze worden gedragen door stevige, cilindrische stengels die zeer windbestendig zijn. Wanneer zowel mannelijke als vrouwelijke exemplaren aanwezig zijn, produceren de vrouwelijke planten een grote hoeveelheid zaad dat door de wind wordt verspreid.
Deze grote siergras, die sinds de jaren 60 alomtegenwoordig is in onze tuinen, behoeft eigenlijk geen introductie meer. Het enige punt dat we misschien kunnen benadrukken, is het verkeerde gebruik dat ervan is gemaakt. Het is waar dat ze er een beetje belachelijk uitziet, daar zo alleen geplant midden in een gazon, terwijl ze zo mooi is wanneer ze in groepen wordt gebruikt of in een bloemenborder, tussen struiken. De Cortaderia selloana 'Pumila' vormt inderdaad prachtige pollen met een zeer exotisch uiterlijk, maar je neemt haar niet zomaar in de tuin op zonder er goed over na te denken; haar motto zou wel eens kunnen zijn: "Ik ben hier, ik blijf hier!". Dit weinig veeleisende siergras heeft het voordeel dat het zich aanpast aan alle tuinen in een mild klimaat, zelfs de kleinste. Geschikt voor grote borders, brengt haar sterke aanwezigigheid een mooie struktuur en veel gratie, als je haar de ruimte geeft om zich te ontwikkelen. Contemplatieve tuiniers zullen haar tussen asters plaatsen, achter chrysanten, pruikenbomen of doorbloeiende rozenstruiken, en haar laten groeien en uitdijen. In de stad passen pampasgrassen, met hun pastelkleuren, goed omdat ze hoeken verzachten zonder te storen.
Let op: Pampasgras blijkt in sommige regio's invasief te zijn. Ontsnapt uit tuinen, koloniseert het braakliggende terreinen, zandige milieus, vochtige gebieden... wat belangrijke ecologische verstoringen veroorzaakt. Als u in een dergelijke regio woont, raden wij u aan het niet te planten. Het kan worden vervangen door vele architectonische siergrassen, zoals prachtriet (Miscanthus).
{$dispatch("open-modal-content", "#customer-report");}, text: "Please login to report the error." })' class="flex justify-end items-center gap-1 mt-8 mb-12 text-sm cursor-pointer" > Een fout in de inhoud van deze pagina melden
Cortaderia selloana Pumila - Pampasgras in beeld...
Bloei
Blad
Groeiplaats
Botanisch
Cortaderia
selloana
Pumila
Poaceae
Pampasgras , Toe toe , Toetoe
Tuinbouw
Aanplant en verzorging
De Cortaderia selloana 'Pumila' stelt vooral een zonnige standplaats op prijs. Zet hem bij voorkeur in een vrij vruchtbare, vochtige maar zeer goed doorlatende bodem. Hij neemt echter ook genoegen met een arme en schrale, zelfs zilte grond, maar heeft een hekel aan zware en compacte grond die 's winters doorweekt raakt. Makkelijk te telen, maar bescherm hem tegen overmatige wintervochtigheid, want hij verdraagt geen stilstaand water. Geef ruim water na het planten. Daarna het eerste jaar regelmatig water geven. Aan het eind van de winter (maart tot april) knip je de dode bladeren weg, maar snoei niet al het blad tot op de grond terug. Let op: de bladeren zijn scherp, dus het is beter om met dikke handschoenen aan te werk te gaan. Een goed gevestigde, volwassen plant van Gynérium Pumila zal maximaal tot -10°C winterhard zijn. In koudere streken plant je hem het beste op een beschutte plek, in goed doorlatende grond, en bij voorkeur in het voorjaar, om de kans te vergroten dat hij strengere vorst overleeft.
Wanneer planten?
Voor welke locatie?
Behandelingen
Dit artikel heeft nog geen beoordeling ontvangen; deel uw ervaring als eerste
Hebt u niet gevonden wat u zocht?
Winterhardheid is de laagste wintertemperatuur die een plant kan verdragen zonder ernstige schade op te lopen of zelfs te sterven. Deze winterhardheid wordt echter beïnvloed door de standplaats (beschutte plek, zoals een patio), bescherming (winterhoes) en grondsoort (winterhardheid wordt verbeterd door goed doorlatende grond).
De zaaitijden die op onze website worden vermeld, gelden voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland).
In koudere regio's (Scandinavië, Polen, Oostenrijk...) moet u het zaaien in de volle grond 3 tot 4 weken uitstellen of in een kas zaaien.
In warmere klimaten (Italië, Spanje, Griekenland, enz.) moet u het zaaien in de volle grond enkele weken vervroegen.
De oogstperiode die op onze website wordt vermeld, geldt voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, Engeland, Ierland, Nederland).
In koudere gebieden (Scandinavië, Polen, Oostenrijk...) zal de oogst van fruit en groenten waarschijnlijk 3-4 weken later plaatsvinden.
In warmere gebieden (Italië, Spanje, Griekenland, enz.) zal de oogst waarschijnlijk eerder plaatsvinden, afhankelijk van de weersomstandigheden.
De plantperiode die op onze website wordt aangegeven, geldt voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland).
Deze varieert afhankelijk van uw woonplaats:
- In mediterrane gebieden (Marseille, Madrid, Milaan, enz.) zijn de herfst en winter de beste plantperiodes.
- In continentale gebieden (Straatsburg, München, Wenen, enz.) moet u het planten in het voorjaar 2 tot 3 weken uitstellen en in het najaar 2 tot 4 weken vervroegen.
- In bergachtige gebieden (Alpen, Pyreneeën, Karpaten, enz.) kunt u het beste aan het einde van de lente (mei-juni) of aan het einde van de zomer (augustus-september) planten.
In gematigde klimaten moeten voorjaarsbloeiende struiken (forsythia, spireas, enz.) direct na de bloei worden gesnoeid.
Zomerbloeiende struiken (Indische sering, Perovskia, enz.) kunnen in de winter of het voorjaar worden gesnoeid.
In koude regio's en bij vorstgevoelige planten moet u te vroeg snoeien vermijden wanneer er nog strenge vorst kan optreden.
De bloeiperiode die op onze website wordt aangegeven, geldt voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland, enz.)
Deze kan variëren naargelang uw woonplaats:
- In zones 9 tot 10 (Italië, Spanje, Griekenland, enz.) zal de bloei ongeveer 2 tot 4 weken eerder plaatsvinden.
- In zones 6 tot 7 (Duitsland, Polen, Slovenië en lagere berggebieden) zal de bloei 2 tot 3 weken later plaatsvinden.
- In zone 5 (Midden-Europa, Scandinavië) zal de bloei 3 tot 5 weken later plaatsvinden.