Delicaat en elegant met zijn kleine, zuiver witte klokvormige bloemen is het sneeuwklokje (Galanthus) ook bijzonder winterhard. Als eerste bloem van het jaar is het niet ongewoon dat het sneeuwklokje van januari tot maart zijn kopje onder de sneeuw uitsteekt. Daarna verdwijnt het om het jaar daarop weer te verschijnen. Toefjes sneeuwklokjes komen prachtig tot hun recht in een gazon of onder bomen, maar kunnen ook, bij voorkeur in de halfschaduw, groeien in een rotstuin of border, samen met andere bolgewassen zoals de voorjaarskrokussen en de nieskruiden, die net zo vroeg bloeien. Na een aantal jaren raken sneeuwklokjes echter uitgeput, staan de stengels elkaar in de weg en worden er minder bloemen gevormd. Daarom is vermeerdering belangrijk om steeds opnieuw een rijke bloei te krijgen. Volg al onze adviezen om sneeuwklokjes te vermeerderen.
Wanneer sneeuwklokjes vermeerderen?
Je vermeerdert sneeuwklokjes na de bloei, meestal in februari. Hoewel je dit al kunt doen wanneer het loof nog groen is, kun je beter wachten tot de bladeren geel zijn geworden en zijn opgedroogd. Waarom? Heel eenvoudig: het loof zorgt ervoor dat de bollen reserves kunnen opbouwen voor het volgende seizoen, dankzij de fotosynthese.
Sneeuwklokjes vermeerderen door de pollen te scheuren
Vermeerdering door de pollen te scheuren is de eenvoudigste en effectiefste methode. Je haalt hierbij pollen sneeuwklokjes uit elkaar die in de loop van de seizoenen te dicht zijn geworden. Door die dichtheid neemt de bloei af en worden de bloemen minder mooi. Daarom is het nodig om sneeuwklokjes elke 3 tot 4 jaar te scheuren.

Wanneer de pollen sneeuwklokjes te dicht zijn geworden, wordt de bloei minder mooi
Gebruik voor deze verjongingsbeurt een spitvork.
- Steek de spitvork rondom de hele pol sneeuwklokjes in de grond.
- Wrik de wortelkluit omhoog en let erop dat je de bollen en bolletjes niet beschadigt met de tanden van de spitvork.
- Haal de wortelkluit uit de grond en schud hem uit om overtollige aarde te verwijderen. Knip dode of verdroogde bladeren meteen weg met een snoeischaar.
- Scheur de wortelkluit in meerdere pollen en haal de kleine bolletjes met de hand los. Houd enkele bolletjes apart om op te kweken en plant alleen de grootste bollen opnieuw.
- Plant de sneeuwklokjes meteen opnieuw in grond die je vooraf hebt bewerkt en eventueel met wat goed verteerde compost hebt verbeterd. Een sneeuwklokjesbol mag niet lang boven de grond blijven, omdat hij uitdroogt. Je kunt de bollen daarom het beste nog dezelfde dag opnieuw planten.
- Plant de bollen 5 cm diep, zodat het witte deel van de bladeren met grond bedekt is. Als je ze ongeveer tien centimeter uit elkaar zet, krijg je een echt tapijt van sneeuwklokjes.
- Druk de grond aan en geef overvloedig water.
Tijdens de vegetatieperiode verdwijnt het loof, maar vanaf februari bloeien de sneeuwklokjes opnieuw.
Vermeerdering door bolletjes op te kweken
Bij het scheuren van de pollen sneeuwklokjes heb je de bolletjes apart gehouden. Dit zijn de kleine bollen die aan de moerplant vastzitten en die je gaat opkweken.
- Neem een zaaibakje of een tray en vul dit met een luchtig substraat dat bestaat uit twee derde tuingrond en een derde zand.
- Maak met je vinger gaatjes en stop de bolletjes erin, met de punt naar boven.
- Druk de grond aan en geef water.
- Zet je bakken tot het najaar in een boomkwekerij. Daarna kun je de plantjes in de volle grond zetten.
Vermeerdering door zaaien
Dit is de meest onzekere en grillige vermeerderingsmethode, die is voorbehouden aan de botanische soort sneeuwklokje, Galanthus nivalis. De andere variëteiten en cultivars, die het grootste deel van het assortiment sneeuwklokjes vormen, zijn moeilijk of zelfs onmogelijk door zaai te vermeerderen.
In het wild zaaien sneeuwklokjes van de variëteit Galanthus nivalis zich spontaan uit, waarbij insecten een belangrijke rol spelen. Je hebt geduld en nauwkeurigheid nodig om sneeuwklokjes te zaaien.
Wanneer de zaaddozen geel zijn, is het tijd om de zaden te oogsten.

De zaden van Galanthus nivalis zitten in een gele zaaddoos
Doe dit natuurlijk voorzichtig! Zaai de zaden vervolgens in een tray met zeer luchtige zaai potgrond. Zet het zaaibakje op een tegen de kou beschutte, lichte plek bij een temperatuur tussen 5 en 12 °C in de winter en op een schaduwrijke plek in de zomer. Houd het substraat vochtig. Verspeen de plantjes na een jaar tijdens de rustperiode en houd ze nog een jaar beschut.
In het daaropvolgende najaar kun je de bollen in de grond planten.
Opmerkingen