Het is een feit dat maar weinig mensen kennen: de klimaatverandering kan leiden tot een uitbreiding van de bossen wereldwijd. Vandaag de dag is dit verschijnsel al duidelijk zichtbaar rond de poolcirkel in het noordpoolgebied, in Noorwegen en in Alaska. In sommige gebieden staan inmiddels vier keer zoveel bomen als in de jaren 1980 en zou de toename van het bosoppervlak in deze regio's groter zijn dan het verlies in andere gebieden, zoals het Amazonegebied. Op het eerste gezicht lijkt dat goed nieuws... toch beweren onderzoekers het tegendeel.

Al ongeveer dertig jaar kennen gebieden die normaal gesproken bevroren en besneeuwd zijn een warmer klimaat. Daardoor konden bossen zich uitbreiden en de plaats innemen van de traditionele lage struiklaag. Deze vegetatie was gedurende lange maanden bedekt met sneeuw, die het zonlicht weerkaatste. Dat geldt echter niet voor de bomen die ervoor in de plaats zijn gekomen. Zo vervangen donkere bosoppervlakken de sneeuw en verminderen ze de weerkaatsing - het zogenaamde albedo - waardoor een deel van de zonnestraling wordt geabsorbeerd in plaats van weerkaatst. En natuurlijk komt deze zonne-energie in de vorm van warmte vrij in de atmosfeer...

Door het terugtrekken van de gletsjers van Groenland, het smelten van het Arctische zee-ijs en de dooi van de permafrost kunnen berken, dennen en sparren naar de polen oprukken, waardoor de met sneeuw bedekte toendra, mossen en korstmossen worden verdrongen

In sommige droge gebieden in de subtropische regio's wordt hetzelfde verschijnsel van bosuitbreiding vastgesteld. De hogere CO2-concentratie in de atmosfeer is hiervoor de “oorzaak”. De bomen in halfdroge bossen hoeven hun huidmondjes namelijk minder vaak te openen om deze beter beschikbare CO2 op te nemen. Daardoor verliezen ze tegelijkertijd minder water door evapotranspiratie, wat leidt tot een nieuwe en sterkere groei van de vegetatie. In deze droge gebieden kan deze natuurlijke vergroening, in combinatie met herbebossingscampagnes, echter ook grote problemen veroorzaken, omdat de bomen opnieuw zonnewarmte absorberen en de van nature sterk reflecterende zand- of rotsbodems beschaduwen. Dit wordt onder andere wetenschappelijk gemeten via het netwerk Fluxnet, dat de uitwisseling van CO2, waterdamp en energie tussen landecosystemen en de atmosfeer onderzoekt.

Het halfdroge dennenbos van Yatir in Israël vangt koolstofdioxide op, maar absorbeert en verspreidt ook een grote hoeveelheid warmte

Een bosrijkere wereld zou de opwarming van de aarde dus niet per se afremmen, want inmiddels weten we dat bossen omstandigheden creëren die de planeet in sommige opzichten afkoelen, maar haar tegelijkertijd ook opwarmen.

Als de voorspellingen over een bosrijkere toekomst inderdaad uitkomen, weten we nog niet in hoeverre deze bomen gunstig of juist ongunstig kunnen zijn bij het afremmen van de opwarming van de aarde. We moeten namelijk ook meewegen dat bossen onder andere waterdamp vrijgeven, wat de vorming van wolken bevordert; die dragen bij aan afkoeling. De boomkronen van bossen creëren bovendien oppervlakken die luchtstromen laten wervelen en helpen om warmte in de onderste luchtlagen af te voeren. Daarnaast bevordert een hogere concentratie koolstofdioxide in de atmosfeer de groei van bomen. De biomassa die in de vorm van bladeren en hout ontstaat, kan daardoor meer koolstof vasthouden en zo de opwarming afremmen.

Dus, hoe zit het nu precies? Opwarming of afkoeling? Het antwoord is niet zwart-wit en onderzoekers zeggen dat het van verschillende factoren zal afhangen, zoals de hoogte en breedtegraad van de betrokken gebieden, de aard van de bodem, de groeisnelheid van de bomen en de leeftijd van het bos, enzovoort. Een jong bos zou de atmosfeer bijvoorbeeld aanvankelijk kunnen opwarmen door zijn albedo-effect, maar naarmate de bomen ouder worden en meer koolstof opslaan, kan de invloed op de atmosfeer juist meer “verkoelend” worden.

Ook de mensheid staat hier dus voor een onzekerheid. De manier waarop nieuwe bossen het klimaat zullen beïnvloeden, stelt ons voor een wetenschappelijke maar ook politieke uitdaging, want grootschalige projecten voor herbegroeiing en vergroening - die eenvoudiger uit te voeren zijn dan een wereldwijde decarbonisatie - zouden in de toekomst de mogelijke nadelen van een veranderd albedo moeten beoordelen... met het risico dat deze projecten zich tegen ons en onze planeet keren!