Enkele jaren geleden kreeg ik de kans om als vrijwilliger aan de slag te gaan bij een wilgenteler en mandenmaker in de Hautes-Alpes. Ik hielp er mee met de oogst van de wilgentenen en heb er prachtige herinneringen aan overgehouden: aan een veld vol wilgenplanten in vlammende kleuren, rood, oranje, geel… Een schitterend schouwspel! Ik leerde manden van wilgentenen maken en ontdekte dat hagen of hutten van levende wilgentenen een prachtig decoratief element in de tuin kunnen zijn.

Met “wilgentenen” bedoelen we wilgenhout dat bestemd is om gevlochten te worden. De wilg is interessant omdat hij zeer soepel en sterk is. Hij heeft lange, dunne, weinig vertakte takken die gemakkelijk te vlechten zijn. Het is een bladverliezende plant: als je een hut of haag van wilgentenen maakt, is die in de winter dus opener, waardoor je door de takken heen kunt kijken. De wilg heeft bovendien prachtig hout en licht, frisgroen loof. Er bestaan veel verschillende soorten en variëteiten die voor het mandenmaken worden gebruikt. Ze worden geselecteerd op basis van hun kleur en eigenschappen.

Je kunt heel veel met wilgentenen doen! Sculpturen, hutten, hagen, prieelen, tipi’s, borderranden… Je kunt je volop uitleven en originele elementen creëren! Mandenmaken is een prachtige manier om kunst en tuinieren te combineren. Enkele voorwerpen van wilgenhout geven een tuin veel charme en zorgen voor een uniek en creatief accent.

Levend vlechtwerk in de tuin: hutten, prieelen, hagen...

Voorbeelden van objecten van levende wilgentenen

Hoe maak je een haag van levende wilgentenen?

Een haag van levende wilgentenen is ideaal om verschillende delen van de tuin van elkaar te scheiden of een grens langs het terrein te creëren. De haag is zeer decoratief en krijgt in het voorjaar frisgroen loof. In het najaar en de winter verdwijnt het loof, waardoor de kleur van het hout en het vlechtwerk mooi zichtbaar worden. Het voordeel is dat je een haag op maat kunt maken, met de gewenste hoogte en een persoonlijke vormgeving.

De wilg houdt niet van droogte: vlechtwerk van levende wilgentenen is daarom vooral geschikt voor terreinen die in de zomer relatief vochtig blijven. De wilg houdt ook van diepe bodems. Sommige wilgentelers verkopen lange wilgentenen voor het maken van een haag. Afhankelijk van de gewenste haaghoogte moeten ze tussen 1 en 2 meter lang zijn. Plant je ze niet meteen, dan kun je de wilgentenen tijdelijk, ongeveer twee weken, bewaren door ze buiten op een beschaduwde plek te leggen, met de voet van de takken in het water. De variëteiten die het meest geschikt lijken voor levend vlechtwerk zijn de Salix alba 'Vitellina' en de Salix fragilis.

Haag van vlechtwerk (wilg)

Een haag van levende wilgentenen. De wilgentenen worden per twee gevlochten en kruisen elkaar door afwisselend boven en onder een ander paar wilgentenen door te lopen. (foto: Hugues-Mircea Paillet)

Plant tussen het najaar en het einde van de winter, wanneer de plant in vegetatieve rust is en geen bladeren meer draagt. We raden je aan de wilgentenen per twee te vlechten voor extra stevigheid, hoewel één wilgentak voldoende kan zijn voor een klein werkstuk.

  1. Voor het planten van een haag moet je beginnen met het bewerken van de bodem, zodat die losser wordt. Voeg daarbij wat goed verteerde compost toe. Werk de grond over een breedte en diepte van ongeveer dertig centimeter.
  2. Plaats aan elk uiteinde van de haag een paaltje en zet daartussen enkele tussenpaaltjes, met een onderlinge afstand van enkele meters. Gebruik een metseltouw om ervoor te zorgen dat je recht plant.
  3. Span tussen de paaltjes twee horizontale ijzerdraden, één bovenaan en één in het midden, om de haag steviger te maken.
  4. Plant de wilgentenen langs het metseltouw, met de bladknoppen naar boven gericht. Je kunt ze per twee planten als je een klein werkstuk maakt, maar voor een echte haag raden we je aan ze per vier bij elkaar te zetten. Plant ze 20 tot 30 cm diep in de bodem.
  5. Vlecht telkens één wilgenteen (als je ze per twee hebt geplant) of twee wilgentenen (als je ze per vier hebt geplant) tegelijk. Kruis de wilgentenen en plaats ze afwisselend onder en boven elkaar. De ruimte – de opening – tussen de wilgentenen moet ruitvormen opleveren. Je kunt de wilgentenen telkens op de kruispunten vastzetten met een bandje van raffia of wilgentenen.
  6. Wanneer je het uiteinde van een rij bereikt, bij een paaltje, zet je de wilgentenen aan het paaltje vast. Ga vervolgens in de andere richting verder met vlechten.
  7. Geef royaal water.

Blijf het eerste jaar water geven. De wilg groeit snel: je kunt hem het beste elk jaar snoeien, in de winter en eventueel ook in de zomer. Leg mulch aan de voet van de haag om het wieden te beperken en de bodem vochtig te houden.

Vlechttechniek, haag van levend vlechtwerk

Verschillende stappen bij het vlechten van een haag van wilgentenen (foto’s: Hugues-Mircea Paillet)

Lees verder...