Onze tijd wordt gekenmerkt door angst voor de toekomst, maar ook door de wens om terug te keren naar de basis, naar de aarde. Veel mensen zijn op zoek naar gezonder voedsel dat natuurlijker is, ver weg van de industriële voedselproductie. Deze twee zaken, die op het eerste gezicht ver van elkaar afstaan, komen op één punt samen: voedselzelfvoorziening.
Ja, maar… Kan mijn tuin mij werkelijk het hele jaar door voeden, of ik nu volgens de principes van permacultuur werk of een traditionele moestuin aanleg ? Dit is mijn (bescheiden) mening!
Misschien… als je een groot stuk grond hebt
Voor het telen van fruit en groenten heb je ruimte nodig. En dan hebben we het nog niet eens over andere teelten, bijvoorbeeld voor granen… of over het houden van dieren… Denken dat je een gezin met slechts enkele tientallen vierkante meters kunt voeden, is utopisch (en dan druk ik me nog voorzichtig uit…). Voor een gezin van vier personen moet je alleen voor de moestuin al rekenen op minstens 500 m². De fruitbomen zijn dan nog niet meegerekend! Dat is al een flink oppervlak dat je optimaal moet benutten: teeltwisseling, bodembewerking, groenbemesters, tussenteelten…

Misschien… als je tijd of arbeidskrachten hebt
Bij het lezen van boeken over voedselzelfvoorziening denk je: “Wauw, wat een overvloed, helemaal gratis en zonder iets te doen. Joepie !” Goed, gratis, vooruit dan maar : zaden zijn niet erg duur (hoewel ze toch een behoorlijke kostenpost kunnen vormen…) en je kunt altijd spullen uitwisselen met andere tuiniers.
Zonder iets te doen… Sorry, maar je zult je mouwen moeten opstropen als je het hele jaar door iets wilt eten. Denk niet dat je je zaden kunt zaaien of je bomen kunt planten en vervolgens gewoon kunt afwachten! Een tuin telen kost elke dag tijd. Ook als het regent of koud is.
Voor een grote moestuin zoals hierboven beschreven, wordt er gemiddeld van uitgegaan dat je er minstens één uur per dag aan moet besteden. Gemiddeld… Aan het begin van het seizoen kost het veel meer tijd!
Misschien… maar niet het hele jaar door
Je van januari tot december voeden met de opbrengst uit de tuin is… ingewikkeld in koude gebieden, omdat er in de winter maar weinig groenten groeien. Tenzij je dus dol bent op kolen en wortelgewassen zoals pastinaak of knolrapen, je kelder hebt omgebouwd tot een gigantische champignonkwekerij en er witlof teelt, zul je voedsel moeten kopen om de winter door te komen. Misschien denk je dat je kunt leven van je voorraad… Dat is een goede optie, maar vergeet niet hoeveel tijd je in de zomer moet besteden aan het inmaken en hoeveel ruimte je nodig hebt, die bovendien geschikt moet zijn om zomerfruit en -groenten de hele winter te bewaren.

Misschien… maar niet per se in het eerste jaar
Een tuin aanleggen die je doeltreffend kan voeden, doe je niet in een paar weken. Dat kan om verschillende redenen meerdere jaren duren.
Allereerst doen veel fruitbomen er jaren over voordat ze vrucht gaan dragen, en de eerste oogsten vallen vaak tegen.
Ook heeft de bodem tijd nodig om volledig vruchtbaar te worden en een goede structuur te krijgen. Ik heb het hier niet over diepploegen gevolgd door het toevoegen van meststof, maar eerder over een zachtere teeltmethode: zonder ploegen en met natuurlijke organische stof als mulch of licht ingewerkt in de bodem. Zo'n teeltmethode heeft drie tot vijf jaar nodig om optimaal te gaan werken, dankzij de activiteit van de bodemdieren en de microflora in de bodem. Toch zul je elk jaar verbeteringen zien.
Vergeet ook het evenwicht in de tuin niet. Je tuin is een volwaardig ecosysteem. Geef de natuur daarom meer ruimte in je tuin, ook als die bedoeld is om voedsel te produceren, bijvoorbeeld met een haag, een kleine vijver en door het gebruik van bestrijdingsmiddelen achterwege te laten… Toch zullen er enkele jaren voorbijgaan voordat natuurlijke vijanden het aantal plagen in je teelten kunnen terugdringen. In het eerste jaar voed je vooral de naaktslakken en rupsen…
Misschien… maar je kunt maar beter goed uitgerust zijn
Een voedseltuin aanleggen kost tijd en werk. Maar het spreekt voor zich dat je daarvoor ook in materiaal moet investeren. Gereedschap, kassen, trektunnels, een hakselaar voor houtsnippers en de inrichting van een geschikte ruimte om de oogst te bewaren… En waarom geen kleine tractor of een trekdier… Kortom, met alleen je twee armen en je goede wil kom je er niet. Geen paniek: er zijn altijd wel behulpzame buren die je het duurste gereedschap willen lenen!

Misschien… maar niet alleen
Je kunt niet alles alleen doen! Het is ideaal om samen te werken met andere tuiniers en telers, zodat je het werk kunt verdelen, zowel bij het telen als bij het klaarmaken van de oogst voor bewaring.
Denk aan het dorp van Asterix: er zijn jagers, telers, een visboer (die voortdurend ruzie maakt met de smid…), een menhirbewerker… Daar moet je naartoe werken, in plaats van je alleen op te sluiten op een stuk grond dat omringd is door prikkeldraad en wachttorens. Voedselzelfvoorziening is alleen haalbaar als groep.
Conclusie
Tenzij je besluit je baan op te zeggen om voedselzelfvoorzienend te worden, moet het telen van een voedseltuin een hobby blijven. Maar wel een gezonde hobby! Gezond omdat de groenten die je oogst natuurlijk zijn en omdat deze activiteit goed is voor lichaam en geest. Zo moet het blijven!
Leg jezelf dus geen druk op over een eventuele voedselproductie of een hypothetische voedselzelfvoorziening.
Oogst je lekkere groenten: des te beter, goed gedaan! Blijft je opbrengst achter bij de fysieke en mentale inspanning die je erin hebt gestoken: jammer dan, volgend jaar beter…
Opmerkingen