Ten gunste van verwarmde kweekbakken raakte het broeibed in de vergetelheid, maar het maakt een grote comeback in onze biologische moestuinen.
En terecht: deze teelttechniek, die geen energieverbruik met zich meebrengt, zorgt voor een omgeving waarin je buitenplanten zich goed kunnen ontwikkelen, zelfs midden in de winter. Een omgeving met een zeer rijk substraat en ideale temperaturen tussen 15 en 25 °C.
Lees hieronder waarom, wanneer en hoe je een broeibed maakt.
Waarom een broeibed maken?
Omdat het broeibed een rijke en warme omgeving biedt, kun je het op drie verschillende manieren gebruiken :
- Als kweekbed
Wanneer de temperaturen nog erg laag zijn, helpt het broeibed bij de ontwikkeling van je jonge groenteplanten. Zodra de temperatuur tussen 20 en 25 °C stabiel blijft, kun je er je vooraf binnenshuis opgekweekte zaaitrays en kweekpotjes in zetten. Je kunt je jonge planten trouwens ook rechtstreeks in dit broeibed verspenen.

- Voor vroege teelten
Je kunt het broeibed ook gebruiken om je teelten te vervroegen, zodat je bepaalde groenten vroeg kunt oogsten. Vroege rassen van wortels, knolrapen, radijs, spinazie en sla kun je er al vanaf januari in telen.
- Voor de meest veeleisende groenten
Ten slotte kun je met een broeibed de meest veeleisende groenten telen. De afbraak van de organische stoffen in het broeibed zorgt voor een vergelijkbaar proces als compostering. Het rijke substraat dat zo ontstaat, is dan ook ideaal voor het telen van je aubergines, tomaten of paprika's.
Wanneer maak je een broeibed?
Het broeibed moet vanaf januari klaar zijn om je vroege groentezaailingen te ontvangen. Je kunt pas 3 weken na de aanleg zaaien, wanneer de temperatuur onder het raam weer is gedaald tot ongeveer 20 à 25 °C. Maak je broeibed daarom rond half november.

Hoe maak je een broeibed?
Hoewel er twee verschillende technieken bestaan, blijft de werkwijze voor een broeibed in grote lijnen hetzelfde: je bakent eerst een bed af en bedekt dit daarna met een kweekraam, dat je vult met een mengsel van stalmest en plantenresten. Deze organische stoffen produceren tijdens hun afbraak warmte.

Je kunt het broeibed ingraven of verhoogd aanleggen. In beide gevallen moet je het afdekken met een kweekbakraam van 80 tot 90 cm hoog. Bedek de organische stoffen met een laag van 15 cm potgrond. Deze potgrond vormt het substraat waarin je groenten worden gezaaid of verspeend.
Een ingegraven broeibed onder een kweekraam maken
Een ingegraven broeibed houdt de warmte goed vast. De warmte blijft er zelfs beter in behouden dan in een verhoogd broeibed. De aanleg ervan is daarentegen ingewikkelder en vraagt meer inspanning.

Kies eerst de “ingrediënten” voor je broeibed. Meestal wordt hiervoor verse paardenmest gebruikt, aangevuld met stro, afgevallen bladeren of BRF (ramiaal versnipperd hout).
Let op: schapen- of konijnenmest kan de paardenmest vervangen.
- Bepaal eerst het oppervlak van je broeibed, afhankelijk van je behoeften en de afmetingen van je kweekraam.
- Graaf met een spade een kuil van 50 cm diep.
- Plaats het frame van je kweekraam onder in de kuil.
- Leg vervolgens je mengsel van organische stoffen onder in de kuil.
- Stamp het mengsel met je voeten aan. Dit is een belangrijke stap om de lucht uit het mengsel te verdrijven en de fermentatie te bevorderen.
- Besproei deze eerste laag gelijkmatig met een tuinslang.
- Bedek alles met een goede laag potgrond van ongeveer 15 cm dik. Het niveau van het substraat moet nu gelijk liggen met de bodem.
- Bevestig het glas van je kweekraam op het frame en sluit het.
- Wacht nu ongeveer tien dagen en laat je broeibed verder met rust.
- Maak daarna de oppervlakte los met een harkje en egalisiseer haar met een plankje, zonder de grond aan te drukken.
- Je kunt nu zaaien of je binnenshuis gezaaide groenteplanten verspenen.
Een verhoogd broeibed onder een kweekraam maken
Een verhoogd broeibed is extra comfortabel, omdat je op hoogte tuiniert. Bovendien is de aanleg veel eenvoudiger, omdat je geen kuil hoeft te graven. Deze techniek is ideaal als je tijdens het tuinieren niet voortdurend wilt bukken.

- Leg onder in het kweekraam een laag van 30 cm organische stoffen, bestaande uit een mengsel van paardenmest, bladeren, gras, stro of versnipperd groenafval.
- Druk alles aan door het mengsel met je voeten aan te stampen en water te geven.
- Bedek het mengsel met een dunne laag aarde en verteerde, gezeefde compost.
- Wacht een goede tien dagen, totdat de “hittegolf” voorbij is.
- Maak de oppervlakte van de potgrond los en egaliseer haar zonder haar aan te drukken met een mooi vlak houten plankje.
- Je kunt nu zaaien.
De tip van Solenne: houd het kweekraam na het zaaien gesloten, behalve wanneer het zonnig is en de buitentemperatuur 20 °C bereikt. Je planten hebben wel water nodig. Geef daarom fijne regen en spoel het substraat niet uit. Sluit het kweekraam daarna weer, zodat je teelten beschermd zijn tegen kou en plaagdieren, waaronder katten die je potgrond ongetwijfeld met hun strooisellaag zullen verwarren.
Opmerkingen