November is een vrij rustige maand in de moestuin, want tenzij je in een zeer zacht klimaat woont, is het eerder tijd voor ‘opruimen’ dan voor zaaien. Omdat ik voorstander ben van gematigde inspanningen (zowel uit overtuiging als bij gebrek aan tijd), is dit mijn favoriete periode om de bodem te verzorgen en de grond voor te bereiden op een lange, herstellende rustperiode.
1 ) De laatste groenten oogsten en de moestuin opruimen
Waar het zaaien van groenbemesters niet mogelijk was omdat het perceel bezet was, voer ik de laatste oogsten uit. In plaats van de planten uit te trekken, snijd ik ze bij de basis af en laat ik de wortels in de bodem zitten. Ze verteren vanzelf en leveren stikstof aan de bodem, bij vlinderbloemigen of Fabaceae zoals bonen. Ik bewaar dit waardevolle groenafval voor later of doe het op de composthoop en wied indien nodig nog wat.
2 ) De bodem snel losmaken vóór de winter
Doordat de bodem van de moestuin voortdurend met mulch bedekt is, blijft hij mooi soepel. Maar mulch vergaat als sneeuw voor de zon. En ik weet uit ervaring dat mijn klei-leemgrond tot laat in het voorjaar zwaar blijft. Daarom maak ik de bodem liever in het najaar los, zelfs als dat snel moet gebeuren. Om te beginnen omdat wat gedaan is, niet meer hoeft te worden gedaan, maar ook omdat ik de bodem minder snel beschadig dan wanneer ik dit in maart of april gehaast en onder slechte omstandigheden zou doen. Hiervoor gebruik ik geen spade, maar een ‘Bio-Bêche’ of ‘Grelinette’. Dit is een van mijn favoriete werktuigen, want de lange tanden maken de bodem diep los zonder hem om te keren en sparen daarbij mijn rug.

3) Organisch materiaal toevoegen: compost of stalmest
Ik probeer de vruchtwisseling in de moestuin zo goed mogelijk toe te passen. Maar zes maanden van tevoren de plek van elke groente bepalen, gaat eerlijk gezegd mijn krachten te boven… Ik bewaar de klus van de teeltwisseling voor lange, regenachtige dagen, waarop die blik op het voorjaar (net als mijn grote bestelling zaden) precies goed van pas komt om mijn humeur op te krikken!
Daarom bepaal ik alleen welke percelen geen compost mogen krijgen (waar ik volgend jaar tuinbonen, erwten, bonen, knoflook en uien zal telen) en geef ik overal elders een ‘gemiddelde’ hoeveelheid van ongeveer 2 à 3 kilo per vierkante meter. In het voorjaar kan er altijd nog wat worden toegevoegd aan veeleisende gewassen zoals pompoenen. Als je te weinig zelfgemaakte compost hebt, kun je goed verteerde stalmest gebruiken of gedroogde stalmest, die als korrels wordt verkocht.
De uitgereden, rijpe of halfverteerde compost wordt niet diep ondergewerkt, maar gewoon over de bodem uitgespreid en licht ingeharkt. Dit organische materiaal is namelijk niet rechtstreeks bestemd voor de bodem, maar om de levende wezens die erin wonen te voeden. En geloof me, zij weten het goed te vinden. Dat is maar goed ook, want als er één ding is dat ik heb onthouden van de lessen van Denis Pépin, dan is het wel dat wormen werken terwijl ze eten en eten terwijl ze werken. En zolang er voedsel op tafel staat, is er geen staking: ze blijven hun gangen graven en ons belonen met hun uitwerpselen!
Het voordeel van deze werkwijze is dus, zoals je inmiddels begrijpt, dat je het bodemwerk uitbesteedt en tegelijkertijd op heel natuurlijke wijze de vruchtbaarheid ervan onderhoudt.
4) De bodem royaal mulchen
Zodra de percelen bemest zijn, kan het mulchen beginnen. Bij mij wordt de mulch over meerdere weken aangebracht, soms tot half december. Het doel blijft hetzelfde: de grond beschermen (tegen onkruid, dichtslibben door regen en uitspoeling) en vooral een gunstig klimaat creëren voor het werk van de levende wezens in de bodem.
Zoals gewoonlijk gebruik ik alles wat in mijn kruiwagen terechtkomt: het maaisel van mijn buurman (ik mulch mijn gazon graag), resten van moestuingewassen (zonder ziekten), stro wanneer ik dat kan vinden en vooral: afgevallen bladeren, een waardevol materiaal in de biologische tuin. Als je niets van dit alles hebt, kun je bruine kartonnen dozen gebruiken. Erg mooi is het niet, dat geef ik toe, maar het is altijd beter dan niets!



Je kunt ze gewoon met een hark of een schep oprapen, à la Prévert. Het is een lange, vervelende maar bij winderig weer ook komische techniek. Zelf gebruik ik liever de grasmaaier, die de bladeren opzuigt en versnijdt (snel en efficiënt!). Maar omdat onze tuin nog jong is, is de voorraad snel uitgeput. Daarom ben ik de technische dienst van mijn dorp om hulp gaan vragen. In het najaar weten ze er geen raad meer mee en leveren ze me doorgaans 3 of 4 kubieke meter. Ik verspreid ze eerst in de moestuin, maar ook in de borders met vaste planten en aan de voet van de hagen.
De mulchlaag is zeer royaal : ik leg tot 30 cm bladeren op de bedden om een echt dekbed of een anorak te vormen. Deze bescherming isoleert zeer goed tegen de kou en zorgt ervoor dat de regenwormen hun werk kunnen voortzetten, zelfs bij temperaturen onder nul.
In het voorjaar zal alles of bijna alles verdwenen zijn en hoef ik alleen nog maar te planten of de mulch opzij te schuiven om te zaaien!
En jij? Hoe staat het met de herfstklussen in de moestuin? Heb je nog andere technieken om te delen?
Lees verder:
- ‘Compost en mulch’ van Denis Pépin - Uitgeverij Terre vivante
PS: Na verschillende gesprekken met Denis Pépin leek het ons nuttig om enkele zaken te verduidelijken: regenwormen in de bodem voeden zich niet met compost, maar met ontbindend plantenmateriaal dat rijk is aan cellulose (zachte mulch die aan het oppervlak wordt aangebracht: gewasresten, groene bladeren, zachte afgevallen bladeren, fijne takjes...). Compost dient om stabiele humus en voedingsstoffen aan te leveren voor de planten van het volgende jaar. Compost is niet nodig vóór weinig veeleisende gewassen, maar alleen vóór veeleisende gewassen.
Het losmaken van de bodem in het najaar is essentieel om een verdichte bodem te beluchten, want de levende wezens in de bodem (vooral bacteriën) hebben veel zuurstof nodig. Vooral in het najaar, wanneer hun activiteit maximaal is. Daardoor zal de grond in het voorjaar minder verdicht zijn en gemakkelijker te bewerken.
Opmerkingen