“Laat je onkruid staan?”

Die retorische vraag krijg ik maar al te vaak te horen zodra ik de ongelukkige ingeving heb om iemand een voet in mijn tuin te laten zetten. Daar krijg ik behoorlijk de zenuwen van.

Ten eerste: ik doe thuis gewoon wat ik wil! (En ik moedig je aan om bij jou thuis ook te doen wat je wilt...)

Ten tweede: “onkruid” bestaat niet! Hooguit kan ik de meer toepasselijke term “adventiefplant” accepteren. Een adventiefplant is simpelweg een plant die de tuinier of landbouwer niet op die plek vindt passen. Bijvoorbeeld: een biet in een aardappelveld.

Ten derde: het is niet alleen niet de juiste term, deze wilde planten hebben ook allerlei nuttige eigenschappen die ik in dit artikel voor je op een rij zet.

“Wat is een onkruid anders dan een plant waarvan we de waarde nog niet hebben ontdekt?” Ralph Waldo Emerson

1) Goed voor je maag!

Ja, je leest het goed! Sommige kun je eten en ze zijn zelfs heerlijk: de weegbree (de Plantago major en Plantago lanceolata), hondsdraf (Glechoma hederacea), kleine veldkers (Cardamine hirsuta), zevenblad (Aegopodium podagraria), vogelmuur (Stellaria media) en zelfs paardenbloemen (Taraxacum sp.) of brandnetels (Urtica sp.).

Verdiep je vooraf wel goed in de materie en leer de wilde planten in je tuin zorgvuldig herkennen. Verwar het lelietje-van-dalen niet met daslook, en gewone kervel niet met gevlekte scheerling... Er zijn heel wat boeken over ethnobotanie (de studie van de relaties tussen de mens en planten), en deskundigen organiseren rond dit onderwerp rondleidingen (hoewel dat niet altijd een garantie is...). Bovendien zijn er vast mensen in je omgeving die er meer van weten en je kunnen helpen, ... Ja hoor! Eten wat er op de grond groeit is tegenwoordig helemaal in, dus dit is een goed moment om je in deze bijzonder interessante materie te verdiepen. En hoe dan ook: als je ook maar de geringste twijfel hebt, laat die vreemde kiemplant dan uit je salade.

Onkruid is net als paddenstoelen: als je het niet kent...

brandnetel, bijzonder nuttig onkruid

De brandnetel is de onbetwiste wereldkampioen onder de nuttige wilde planten (het is zelfs een compostversneller!). Geef hem een klein plekje in je tuin...

2) Goed voor je gezondheid

De goede oude huismiddeltjes... Of eigenlijk die van overgrootmoeder, voor mensen van mijn generatie...

Vroeger gebruikten mensen veel inheemse planten voor zalven, kruidenthee en siropen, ... kortom, voor allerlei middeltjes tegen kleine kwaaltjes en ongemakken waarvoor je niet naar de dokter hoefde. Ook hierover is een overvloed aan literatuur beschikbaar en ik noem slechts enkele klassieke voorbeelden.

Thee van braambladeren om de winter goed te beginnen en verkoudheden te voorkomen, vlierbessensiroop tegen hoest, de wortel van nagelkruid tegen keelpijn, ... En ook weegbree kan je helpen om een “balsem voor kleine kwaaltjes” te maken tegen lichte brandwonden en kleine wondjes, of om insecten- en brandnetelbeten te verzachten.

Nogmaals: begin niet aan het maken van drankjes, mengsels of simpele kruidenthee als je er niet absoluut zeker van bent dat de plant die je hebt geplukt geen dodelijk gif bevat.

Een klein slokje gewone vlierbessensiroop. En je kunt er weer tegenaan...

3) Goed voor je bodem

Als er ergens in je tuin een “onkruid” groeit, betekent dit dat het daar de kans toe kreeg. Een lege plek in een plantvak of border en hoppa! Daar verschijnt een “onkruid”. In werkelijkheid voorkomt de plant op dat moment dat de bodem kaal blijft en draagt hij zo bij aan het behoud van je bodem. Kortom, een tijdelijke bodembedekker tegen minimale kosten.

Sommige planten zijn bovendien bio-indicatoren en kunnen je veel vertellen over de kwaliteit van je bodem: te veel stikstof, te weinig stikstof, een tekort aan kiezelzuur, te compacte grond, ...

4) Goed voor de biodiversiteit

Iedereen wil vlinders in zijn tuin! Maar iedereen vergeet ook dat een vlinder eerst een rups was, voordat hij dat mooie vliegende insect werd. De meeste vlindersoorten voeden zich namelijk grotendeels met slechts één plantensoort (bijvoorbeeld met sporkehout, waarop de citroenvlinder leeft). Sommige planten zijn echte “rupsenrestaurants”: op brandnetels leven zo’n tien soorten (atalanta, dagpauwoog, kleine vos, ...), bramen voeden vijf of zes soorten en de grassen maken het geheel mooi compleet. Maar als je elke basterdwederik die boven de grond uitkomt systematisch uittrekt, hoef je niet te verwachten dat je deze prachtige pijlstaart zult zien: de basterdwederikpijlstaart.

De meeste van onze insecten (vooral bestuivers) zijn samen geëvolueerd met een specifieke plant. Als die plant verdwijnt, verdwijnt ook het insect... (en andersom trouwens!) Als dat insect verdwijnt, komt het hele kwetsbare evenwicht van de voedselketen in gevaar. Zodra dit evenwicht wordt verstoord, verdwijnen ook andere soorten (kleine zoogdieren, andere insecten, spinnen, vogels, ...) uit je tuin, soms met grote gevolgen voor de regulering van “plaagdieren”. Helaas is dat gebeurd op landbouwgronden: de biodiversiteit nam af doordat alles wat niets oplevert systematisch werd vernietigd. Daardoor namen plagen en ziekten toe, kwamen er chemische bestrijdingsmiddelen, nam de biodiversiteit nog verder af, en zo ging het maar door... tot de dood erop volgde... Gelukkig zijn landbouwers de afgelopen jaren steeds betere teeltmethoden gaan toepassen.

Veel blauwtjes zijn dol op grassen...

5) Goed voor je planten

1+1 = 3

Deze formule is niet van mij en ook niet van een beroemde wiskundige, maar van… Didier Willery. Hoewel ik zijn mateloze liefde voor bont blad niet deel, moet ik toegeven dat ik het volledig met dit idee eens ben.

Planten leven niet onafhankelijk van elkaar. Inmiddels weten we dat er positieve of negatieve biochemische interacties tussen planten bestaan: dit noemen we allelopathie. Bovendien helpen wortels om de bodem rond andere planten te beluchten. Ectomycorrhiza’s (schimmels die bij de wortels in symbiose leven met de meeste planten) helpen de plant en de planten ernaast bovendien aan de voedingsstoffen die ze nodig hebben om in leven te blijven.

Recent onderzoek laat zien dat naast ectomycorrhiza’s ook bepaalde microscopische symbiotische schimmels, endomycorrhiza’s genoemd, bijdragen aan de productie van biochemische en vaak aromatische stoffen. Die stoffen houden vaak plantenplagen zoals bladluizen en rupsen op afstand.

Enkele voorbeelden uit vele: citroenmelisse en robertskruid.

6) Goed voor je rug

Planten groeien altijd te laag bij de grond… of jij staat juist te hoog op je twee stelten. Bij mij valt het nog mee, gezien mijn moeizaam verticale houding... Maar als je ze niet meer uittrekt, hoef je niet meer te bukken. Een slimme tuinier vermijdt onnodige inspanning.

Ja, onkruid bestrijden doet pijn aan je rug... en meestal wordt dat met de jaren niet beter!

7) Goed voor je zenuwen

Nog altijd met het oog op het beschermen van je kwetsbare gezondheid. Sluit je ogen en stel je even een “onkruid” in je schitterende rozenborder voor. Het is een toorts die tussen twee rozen omhoogkomt, als een vuurtoren die met een lichtgele vlek deze pastelroze zee ontsiert, die uiteindelijk nogal saai is en weinig contrast biedt. Als je erover nadenkt, zittend met gekruiste benen en zwevend in de lucht, zeg je tegen jezelf dat het allemaal wel meevalt. Ook deze plant verdient het om te leven, en dat vleugje kleur geeft je rozen uiteindelijk juist iets extra’s. Alles is goed... Zen… (Ik ook “zen veel!”)

8) Goed voor je portemonnee

Naast dat ze slecht zijn voor de planeet, zijn onkruidbestrijdingsmiddelen duur. En dan heb ik het nog niet eens over de ultrageavanceerde hulpmiddelen (zoals een oude vork) die verkocht worden om zogenaamd moeiteloos onkruid te wieden. Een paar adventiefplanten laten groeien maakt je niet rijker, maar kost je niets. Behalve als de akkerwinde die je op je jonge Cornus florida had laten klimmen, nadat een idioot in een artikel je had aangespoord om “onkruid” te laten groeien, die planten uiteindelijk heeft verstikt... (De directie van Promesse de Fleurs zal je de contactgegevens van die idioot bezorgen voor eventuele vergeldingsacties.)

9) Goed om te doen alsof je landschapsarchitect bent à la Piet Oudolf

“Wauw! Wat is je bloemenweide prachtig. Welk mengsel heb je gezaaid en waar heb je de grassen gekocht?”

“Euh, ik heb hier gewoon al drie maanden niet meer gemaaid...”

Ja, tegen alle verwachtingen in blijkt de natuur een veel betere landschapsarchitect dan jij en ik. De natuur weet kleuren perfect te plaatsen, in een mooie harmonie. Alsof alles precies op de juiste plek terechtkomt.

Bovendien is een plant die “toevallig” in je tuin terechtkomt altijd sterker en gezonder dan planten die je met liefde en zorg hebt geplant. Ja, ik weet het: de natuur is vaak wreed voor de tuinier...

“Als je hem water geeft en hij sterft, is het een plant. Als je hem uittrekt en hij groeit weer aan, is het onkruid...”

En als je bedenkt dat ze helemaal gratis zijn, is het helemaal mooi en ik... Ah! Men fluistert me in dat ik geen reclame mag maken voor gratis planten, want juist... wij verkopen planten en dat is niet goed voor de zaken. Maar dat geeft niet, we hoeven alleen maar hetzelfde te doen als de anderen: onkruid verkopen.

Oké, dit is niet bij mij thuis, maar in het Maximilianpark in Hamm... (Foto: Esther Westerveld)

10) Goed om het terrein ernaast in handen te krijgen

Zomaar een veronderstelling… Je laat een paar paardenbloemen in je gazon in zaad schieten. Het jaar daarna kiemen de zaden in de tuin naast die van jou.

Je buurman heeft een merkwaardige fobie voor de kleur geel (ik geloof dat dit “xanthofobie” heet), die is ontstaan na een overdosis pastis afgelopen zomer. Daardoor kan hij een dergelijke bloem niet benaderen om haar volledig uit te roeien.

Uiteindelijk durft hij niet meer naar zijn tuin en raakt hij snel depressief. Hij verliest zijn baan als verkoper van veganistische worst en Rex, zijn trouwe metgezel, verlaat hem om in de filmwereld een carrière als politiehond te beginnen. Diepbedroefd besluit je buurman alles achter zich te laten en zich terug te trekken in het Tibetaanse klooster Saint-Bruce Lee in Sologne. Voortaan noemt hij zichzelf Bertrand Rinpoché en loopt hij rond op sandalen en in een saffraankleurige pij. Het terrein komt te koop te staan. Eindelijk kun je het kopen om je droom te verwezenlijken: de aanleg van een arboretum dat uitsluitend aan het geslacht Cornus is gewijd.

Ha ha! Het terrein van de buurman is van mij!

Tot besluit...

Het is dringend nodig om onze verhouding tot planten volledig te herzien. Niemand vraagt je om van je tuintje een industrieel braakliggend terrein of een natuurreservaat te maken (hoewel... als je daar zin in hebt...) maar “laat de controle los”, dat is uitstekend voor je gezondheid en voor die van onze planeet. Het is menselijkerwijs onmogelijk om alles in je tuin onder controle te houden, daarvoor zou je een leger tuinmannen nodig hebben, en zelfs dan zal de natuur altijd winnen. Laat dat kleine bloemetje dus gewoon zijn gang gaan; misschien betaalt het je dat ooit terug...

“Onkruid is een plant die alle overlevingstechnieken beheerst, behalve die om binnen de lijntjes te blijven. Wees dus in de tuin, net als elders, een onkruid!”