Van oorsprong afkomstig uit Azië en het Midden-Oosten, wordt de tuinboon wereldwijd geteeld vanwege zijn smaak en voedingswaarde. Rijk aan koolhydraten, wordt hij tot de zetmeelrijke groenten gerekend. Er zijn veel rassen, met peulen en bonen in verschillende maten en kleuren, van wit tot bruin.
De tuinboon kan rauw of gekookt gegeten worden, maar de bereiding kan wat werk vragen: eerst moeten de bonen uit de peul, daarna moet het vliesje van elke boon worden verwijderd. Voor een verse, knapperige snack (zoals radijsjes) is het beter ze jong te oogsten, dan kan dit extra stapje worden overgeslagen. Over het algemeen levert 1 kg verse tuinbonen ongeveer 250 g gepelde bonen op.
De teelt is eenvoudig, vooral op arme, vochtige en kleiachtige grond, waar hij het bijzonder goed doet. Weinig veeleisend heeft Vicia faba geen rijke bodem nodig en verdraagt hij koele temperaturen, waardoor zaaien al vanaf februari mogelijk is in de meeste Nederlandse regio's.
Het oogstmoment van tuinbonen hangt af van hoe je ze wilt consumeren: jong en rauw, gekookt, of gedroogd. Verse tuinbonen zijn enkele dagen houdbaar in de koelkast, maar kunnen ook bij kamertemperatuur worden gedroogd of ingevroren.
Een kleine tuintip: de tuinboon trekt vaak zwarte bladluizen aan, die de planten snel kunnen overwoekeren. Om ze op een natuurlijke manier te bestrijden, is een mengsel van water en zachte zeep (2 eetlepels per liter) zeer effectief.
















