Afrikaantjes of Tagetes zijn prachtige planten die als eenjarige worden gekweekt. Je waardeert ze om hun uitbundige, warme bloei in geel of oranje. Het zijn planten die altijd lukken en heel gemakkelijk te kweken en te zaaien zijn! Ze stellen weinig eisen, groeien goed in de volle zon en in gewone tuingrond, zelfs als die arm en droog is. Bovendien zijn ze bestand tegen wisselvallig weer en warmte. In de moestuin zijn ze bijzonder nuttig, vooral naast tomaten of wortels, omdat ze plaaginsecten op afstand houden. Ontdek onze tips voor het zaaien van afrikaantjes: welk materiaal heb je nodig en wanneer en hoe zaai je de zaden? Zo kweek je gemakkelijk en voordelig veel planten!
Wil je alles over afrikaantjes weten? Bekijk dan ook onze uitgebreide plantenfiche: “Afrikaantje, Tagetes: zaaien, planten en verzorgen”

1 - Hoe oogst je zaden van afrikaantjes?
Zodra je uitgebloeide bloemen aan je afrikaantjes ziet, oogst je ze door de bloemstengel bij de basis af te knippen. De bloemhoofdjes moeten droog zijn om de zaden eruit te halen. Zijn ze nog niet droog, laat de bloemen dan enkele dagen drogen door ze op een vel papier uit te spreiden. Haal daarna de zaden uit de bloemhoofdjes en sorteer ze, zodat je de bloembladen en beschadigde zaden verwijdert. Bewaar de zaden vervolgens in enveloppen of zakjes van kraftpapier totdat je ze zaait. Noteer de naam van de plant en de oogstdatum op het zakje.
Ontdek ook onze afrikaantjeszaden

2 - Benodigd materiaal voor succesvol zaaien
- Zaai- en stekgrond of een mengsel van 2/3 potgrond en 1/3 zand
- Potten of een zaaitray
- Een gieter met broes of een plantenspuit
- Een zeef (optioneel)
3 - Wanneer zaai je afrikaantjes?
Je kunt afrikaantjes van februari tot april onder glas zaaien of in mei in de volle grond, zodra er geen kans op vorst meer is. Door onder glas te zaaien, win je tijd en krijg je sneller beter ontwikkelde planten.

4 - Hoe zaai je afrikaantjes?
Onder glas:
- Vul potten of een zaaitray met zaai- en stekgrond.
- Druk de grond licht aan.
- Verdeel de zaden over het oppervlak van het substraat.
- Dek ze af met een dun laagje gezeefde potgrond.
- Geef voorzichtig water met de broes of een plantenspuit.
- Zet de potten onder glas op een lichte plek zonder direct zonlicht, bij voorkeur bij een temperatuur van 18 tot 20 °C.
- Zorg ervoor dat het substraat tot aan de kieming licht vochtig blijft.
- Verspeen de kiemplanten in afzonderlijke potten zodra ze 2 of 3 echte bladeren hebben, meestal na 4 tot 6 weken.
- Plant ze in mei, zodra er geen kans op vorst meer is, in de volle grond of in een bloembak. Houd 20 tot 40 cm afstand tussen de planten en geef daarna royaal water.
In de volle grond:
Kies een zonnige plek als je afrikaantjes in de volle grond zaait. Plant ze gerust in de moestuin, tussen de rijen groenten: ze houden gezelschap bij de tomaten en wortels en weren plaaginsecten.
- Bereid eerst de bodem voor: verwijder onkruid op de gekozen plek, haal de grootste stenen weg en maak de kluiten fijn, zodat je een zaaibed met relatief fijne grond krijgt.
- Zaai breedwerpig of in rijen en probeer de zaden gelijkmatig te verdelen.
- Dek ze af met een dun laagje potgrond.
- Geef water.
- Wacht vervolgens tot de zaden opkomen en geef af en toe water om de kieming te bevorderen.
- Dun een maand later de rijen uit door enkele planten te verwijderen, zodat er minstens 30 cm afstand tussen de planten overblijft.

Opmerkingen