O jee... Een onderwerp over reizende planten. Er zijn er dan ook heel wat die van ver komen. Hoe maak je een keuze?
Ik heb het gevonden! Wat dacht je ervan als ik je vertel over een boom die van de andere kant van de planeet komt? Een plant waarvan we vóór het einde van de twintigste eeuw niet eens vermoedden dat hij bestond. Een conifeer die zo zeldzaam is dat de plek waar hij is ontdekt nog altijd geheim wordt gehouden. Ga er maar eens goed voor zitten, ik ga je het fantastische verhaal vertellen van de ontdekking van de Wollemia nobilis, ofwel de wollemi-pijnboom.
Je kunt dit artikel ook beluisteren in onze podcast:

Wie gelukkig wil leven, leeft verborgen
Alles begint in 1994, wanneer David Noble, een Australische boswachter, besluit een wandeling te maken door het nationaal park Wollemi, het op één na grootste nationale park van New South Wales in Australië, op 200 km van Sydney. Tijdens zijn wandeling verdwaalt David een beetje en ontdekt hij een soort canyon. In deze canyon, waar “de mens nog nooit voet heeft gezet”, groeit een heel bijzondere flora. Zo bijzonder zelfs dat een handvol bomen zijn aandacht trekt. Een vreemde boom... met bladeren die vaag op varenbladeren lijken en een schors die hem doet denken aan kokende chocolade.
David Noble neemt zonder aarzelen een jong exemplaar mee naar de botanisten van de Royal Botanic Gardens in Sydney, in de hoop dat zij de boom kunnen identificeren. Die hoop wordt al snel de bodem ingeslagen. De botanisten zitten er een beetje naast (maar dat is begrijpelijk bij een onbekende plant) en vertellen hem dat het “waarschijnlijk een varen” is. Ze komen snel op hun woorden terug wanneer David Noble vertelt over bomen van meer dan 40 meter hoog.
Ongelooflijk! Is het een nieuwe soort? Jazeker, zonder twijfel. David Noble besluit een expeditie naar deze geheime vallei te organiseren. Hij vertrekt echter niet alleen: hij schakelt de botanische kennis in van Jan Allen en Wyn Jones van de botanische tuinen van de Tomah Mountains.

De expeditie lijkt onder een slecht gesternte te beginnen. Het weer is erbarmelijk en David Noble heeft niet alleen grote moeite om de verloren canyon terug te vinden, maar ook Bill, de helikopterpiloot, moet al zijn vakmanschap inzetten om zijn “ventilator” in de lucht te houden. Uiteindelijk landt de helikopter zonder schade en komt de bemanning ongedeerd midden tussen de onbekende bomen terecht.
De botanisten zijn verbijsterd. We staan inderdaad voor een nog niet beschreven soort die al duizenden jaren verborgen is gebleven. Een echt levend fossiel. De botanisten noemen de boom Wollemia nobilis: Wollemia naar het Wollemi-park en nobilis naar ontdekker David Noble (overigens zit er een kleine fout in de terminologie: de boom zou Wollemia noblei moeten heten als eerbetoon aan Noble; nobilis betekent daarentegen “nobel” in het Latijn). Het grootste exemplaar van de wollemi-pijnboom heet overigens 'King Billy', als eerbetoon aan de helikopterpiloot die de bomen ondanks de moeilijke weersomstandigheden veilig heeft vervoerd.

Een bijzondere boom die nog niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven
Sinds 1995 wordt er intensief onderzoek gedaan naar de wollemi-pijnboom. Zo heeft DNA-sequencing een verwantschap aangetoond met de botanische geslachten Agathis en Araucaria. Daarom is de wollemi-pijnboom ingedeeld bij de familie van de Araucariaceae. Hoewel de oudste exemplaren meer dan 1000 jaar oud lijken te zijn, hebben botanisten nog niet genoeg kennis om de Wollemia volledig te doorgronden. We mogen niet vergeten dat de boom pas sinds het einde van de jaren 90 wordt bestudeerd en gekweekt, dus amper iets meer dan twintig jaar. We weten dat hij vorst tot -12 °C kan verdragen en zonder problemen zomers met temperaturen boven 40 °C doorstaat. Voor de rest zullen er nog heel wat jaren voorbijgaan voordat de Wollemia nobili al zijn geheimen aan ons prijsgeeft.

Een boom die streng wordt bewaakt
De Australische autoriteiten nemen de Wollemia zeer serieus. De exacte locatie van de bomen wordt nog altijd geheimgehouden: om eventuele dieven van jonge bomen af te schrikken (dat gebeurt bij zeldzame planten in het wild vaker dan je denkt!), maar ook om te voorkomen dat bezoekers ziekten meebrengen, zoals schimmelsporen die de wollemi-pijnbomen zouden kunnen uitroeien: Phytophthora cinnamomi. Ook de bosbranden van 2019-2020 vormden een bedreiging voor de soort. Gelukkig wisten Australische brandweerlieden de bomen te redden door een beschermende zone rond de vindplaats aan te leggen. Oef! Veel angst voor niets. Maar de wollemi-pijnbomen hebben het wel warm gehad, als je me die woordspeling toestaat.
Een zeldzaamheid voor je tuin
In 2006 werd de boom, om hem voor uitsterven te behoeden, vermeerderd en vervolgens naar de grootste botanische tuinen ter wereld gestuurd om daar te worden gekweekt. Je kunt hem bewonderen in de plantentuin van Parijs, in Monaco, Lille, Lyon… Er werden zelfs twintig exemplaren geplant in het plantenpark 'Terra Botanica'. Maar tegenwoordig kun je er ook een voor je eigen tuin aanschaffen. De wollemi-pijnboom verlangt een diepe, humusrijke en vrij zure bodem die vochtig tot nat blijft. Hij heeft een beschutte standplaats zonder harde wind nodig, in de zon en met een zacht klimaat (winterhardheid -12 °C). Bij ons kan de Wollemia 20 m hoog worden, maar je kunt hem indien nodig snoeien en zelfs in een pot kweken, zodat je hem vorstvrij kunt laten overwinteren. Door zijn zeldzaamheid is de wollemi-pijnboom nog altijd vrij duur in aanschaf. Toch zul je trots zijn dat je niet alleen een levend fossiel adopteert waarvan de ouderdom vermoedelijk teruggaat tot het Jura, maar ook een soort in stand houdt die op het punt stond te verdwijnen.

Opmerkingen