7 fruitbomen voor een landklimaat
Een selectie van fruitbomen om te planten in gebieden met een (semi)continentaal klimaat
Inhoud
Er zijn vier klimaten in Frankrijk: het mediterrane klimaat, het zeeklimaat, het bergklimaat en het landklimaat, dat soms ook semi-continentaal wordt genoemd om preciezer te zijn. Elke klimaatzone heeft haar eigen kenmerken.We richten ons op het landklimaat. Als we het in enkele woorden zouden moeten samenvatten, kunnen we het omschrijven als een klimaat met warme zomers en strenge winters. Concreet is het temperatuurverschil tussen de verschillende seizoenen vrij groot, vooral in het voorjaar, tussen de frisse ochtenden en de middagen. De zomers zijn warm en worden gekenmerkt door talrijke onweersbuien die neerslag veroorzaken, vooral rond heuvel- en berggebieden. Het najaar begint vrij vroeg, met vorst vanaf oktober. De winters kunnen koud zijn, ook al liggen de temperaturen minder laag dan in de bergen, met sneeuw vanaf november. En het is niet ongewoon dat er tot in mei vorst voorkomt. Dit landklimaat heerst in het noordoosten van Frankrijk, het Centraal Massief en een deel van Bourgondië, en ook in de streek rond Saint-Étienne vanwege de hoogte.
Met zo’n contrastrijk klimaat hoef je niet te hopen op een oogst van abrikozen en perziken. Late voorjaarsvorst zou funest zijn voor de bloei en dus ook voor de vruchtvorming. Toch passen sommige fruitbomen zich perfect aan deze klimatologische omstandigheden aan. Ontdek onze selectie fruitbomen om te telen in een landklimaat.
De appelboom, de meest voorkomende fruitboom
Hoe weersta je aan de verleiding om in een mooie appel te bijten? Zeker omdat de appelboom (Malus domestica) behoort tot de categorie fruitbomen die zich perfect aan alle omstandigheden aanpassen. De appelboom is winterhard tot – 30 °C en gemakkelijk te telen (ten minste de vrij uitgroeiende of Spur-types, zuilvormige of weinig vertakte variëteiten). Hij is ideaal voor streken met een landklimaat, omdat hij houdt van de warmte van de zomer, de noodzakelijke kou van de winter en de betrekkelijke vochtigheid.
De appelboom telt meer dan 600 variëteiten en bloeit laat, waardoor hij aan de late voorjaarsvorst kan ontsnappen, die in streken met een landklimaat veel voorkomt. Binnen dit brede aanbod zijn er veel lokale en oude variëteiten die zijn aangepast aan de specifieke klimaatomstandigheden van een streek.
Zo is de ‘Belle fille de Salins’ een zelfbestuivende appelboom uit de Jura, die zeer goed tegen kou kan. Ook de ‘Reine des Reinettes’ is perfect voor een landklimaat: deze variëteit is zeer goed bestand tegen voorjaarsvorst en bovendien een van de beste bestuivende variëteiten. ‘Melrose’, ‘Jonagold’, ‘Mondial Gala’ en ‘Belle de Boskoop’ zullen ook zeer goed vrucht dragen.

De appelboom is een zeer winterharde fruitboom
De appelboom heeft enkele kleine nadelen: hij is vatbaar voor talrijke cryptogame ziekten, zoals schurft, echte meeldauw of moniliose. Dankzij landbouwkundig onderzoek kunnen er echter appelbomen worden gekweekt die beter bestand zijn tegen ziekten. Bovendien zijn appelbomen over het algemeen zelfsteriel, waardoor je er twee moet planten voor een goede bestuiving. Als de appelboom wordt geleid, kan het snoeien veeleisend zijn. Het laatste kleine nadeel is zijn vrij trage groei en de lange periode tot de eerste vruchtvorming (tussen 3 en 7 jaar). Daarna draagt de boom echter 80 jaar lang vruchten!
Plant de appelboom in een voedselrijke, frisse en goed doorlatende bodem. Hij verdraagt zware, leemachtige en kalkrijke kleigrond. Kies een zonnige standplaats.
→ Alles over appelbomen, planten, snoei en onderhoud in onze volledige fiche
De relatief aanpasbare perenboom
Hoewel de perenboom vroeg bloeit (in maart-april, voordat de bladeren verschijnen), voelt de Pirus domestica zich thuis in streken met een continentaal klimaat. De perenboom komt oorspronkelijk uit het noorden van Azië en verdraagt temperaturen tot -30 °C. Hij houdt daarentegen niet erg van warmte en droogte of van een te hoge luchtvochtigheid. Ook koude wind doet hem geen goed. Daarom is het beter om hem een standplaats op het zuidoosten of zuidwesten te geven. Onder deze teeltomstandigheden levert de perenboom stevige en sappige vruchten.
De perenboom kan op verschillende manieren worden geleid, zowel vrij uitgroeiend als geleid in een dubbele U-vorm. Uiteraard verschilt de snoei. Hij draagt doorgaans al vanaf het derde jaar vruchten. Hij houdt van vochthoudende, diepe en voedselrijke bodems en leemrijke tuingrond, kalkhoudende kleigrond of klei-siliciumgrond. Is je grond droog, te kalkrijk of slecht gedraineerd, vergeet de perenboom dan maar.

De perenboom gedijt zeer goed in streken met een continentaal klimaat
Omdat de meeste perenbomen zelfsteriel zijn, moet je in de buurt een bestuivend ras planten.
Kies voor aanplant in een continentaal klimaat rassen zoals de ‘Beurré Hardy’, die tot 800 meter hoogte groeit, de ‘Conférence’, de ‘Doyenné du Comice’ of de ‘Comtesse de Paris’.
→ Alles over perenbomen, planten, snoei en onderhoud in onze uitgebreide fiche
Ontdek andere Fruitbomen
Alles bekijken →Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 2 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
Verkrijgbaar in 1 maten
De mispel, een fruitboom om te herontdekken
Heb je al eens mispels geproefd, die bruine vruchten die (bijna) overrijp worden gegeten, in oktober of november na de eerste vorst? De mispels van de mispel (Mespilus germanica) hebben qua smaak helemaal niets te maken met de vruchten van de Japanse mispel (Eriobotrya japonica) , die alleen in het zuiden en zuidwesten groeit en vruchten draagt. De gewone mispel voelt zich daarentegen goed thuis in regio’s met een kouder klimaat. Het is een boom uit de Rozenfamilie (Rosaceae), net als de appelboom en de perenboom, die bijzonder goed tegen kou kan en geen bijzondere verzorging nodig heeft.
De bloei heeft in mei en juni witte tinten die naar roze of crème neigen. In het najaar tooit de boom zich met een mooie rozebronzen kleur. Het is een fruitboom die zowel van zon als van schaduw houdt, maar een zonnige standplaats heeft de voorkeur voor een goede vruchtzetting. De Japanse mispel groeit vrij langzaam en kan worden aangetast door moniliose of echte meeldauw.

De gewone mispel mag niet worden verward met de Japanse mispel, die in het zuiden groeit en vruchten draagt
Er bestaat maar één variëteit van Mespilus germanica, maar er zijn ook enkele oude cultivars, zoals ‘Géant d’Evreinoff’ (of ‘Monstrueuse d’Evreinoff’), een zelfbestuivende variëteit met vroege vruchten die groter zijn dan die van andere variëteiten.
Lees ook
Welke appelrassen zijn het beste?De kweepeer, een fraaie en productieve fruitboom
Nog een fruitboom uit de Rozenfamilie (Rosaceae) die niet moet worden verward met de Japanse sierkwee (Chaenomeles), een vooral decoratieve heester met een mooie rode voorjaarsbloei. Onze kweepeer (Cydonia oblonga) draagt grote vruchten met een fluweelzachte schil die gekookt worden gegeten. Rauw zijn ze wrang, hoewel ze een heerlijke geur verspreiden. De kweepeer is een wat grillig groeiende boom die 4 tot 8 meter hoog kan worden. De roze voorjaarsbloei geurt heerlijk.
Deze fruitboom, die in het zuiden van Frankrijk verwilderd voorkomt, past zich gemakkelijk aan in streken met een strenger klimaat. Hij is winterhard tot – 25 °C en stelt bovendien weinig eisen aan de bodem, zolang die vochtig, diep en vruchtbaar is. Wat de standplaats betreft, staat hij graag in de zon en vooral beschut tegen koude wind. Hoewel de kweepeer soms last heeft van monilia of bladvlekkenziekte, heeft hij geen bijzondere snoei nodig. De kweepeer is zelfbestuivend en heeft dus geen andere boom nodig om vruchten te dragen.

De kweepeer is in het zuiden verwilderd en gedijt ook in koudere streken
Als we één of meer variëteiten in de kijker moeten zetten, valt de kweepeer ‘Champion’ op door zijn productiviteit, de grootte van zijn vruchten en zijn groeikracht. Ook de ‘Monstrueux de Vranja’ is zeer productief en draagt sterk geurende vruchten.
→ Alles over de kweepeer: planten, snoei en onderhoud in onze complete fiche
De pruimenboom, de minst veeleisende fruitboom
De pruimenboom (Prunus domestica) is de ideale fruitboom om aan te planten in gebieden met een uitgesproken landklimaat. De bloei in april-mei is weliswaar vroeg en daardoor mogelijk gevoelig voor late vorst, maar in de praktijk is deze relatief goed bestand tegen vorst. Als we daar de winterhardheid tot – 15 °C, de snelle vruchtvorming en de geringe bodemeisen bij optellen, is deze fruitboom de perfecte kandidaat voor een boomgaard of tuin. Toch geeft hij de voorkeur aan goed gedraineerde, diepe kiezel-leembodems of klei-kalkbodems.
Bovendien zijn er talloze variëteiten, van zeer sappige Reine-Claudes tot kwetsen met een mooie blauwzwarte kleur, naast mirabellen en de pruim d’Ente, die wordt gebruikt voor de productie van pruimen van Agen. Sommige variëteiten zijn zelfbestuivend, andere niet. Daarom moet je je keuze zorgvuldig maken, anders loop je het risico zonder vruchten te blijven.
Hoewel pruimenbomen overal in Frankrijk kunnen worden aangeplant, zijn sommige variëteiten beter geschikt voor een landklimaat. Mirabellen en kwetsen houden bijvoorbeeld bijzonder veel van dit klimaat, terwijl Reine-Claudes de voorkeur geven aan een zeeklimaat. Ze komen trouwens veel voor in het oosten van Frankrijk en de mirabel van Lotharingen heeft zelfs een BGA (beschermde geografische aanduiding). De pruimenboom ‘Mirabelle de Nancy’ geeft in augustus kleine, zeer zoete gele vruchten, net als de ‘Mirabelle de Metz’. De kwets, die veel voorkomt in de Elzas, is typisch voor het oosten van Frankrijk. Je kunt de pruimenboom ‘Quetsche d’Alsace’ aanplanten, een zeer productieve, zelfbestuivende variëteit, of de pruimenboom ‘Quetsche Stanley’, een groeikrachtige variëteit met grote vruchten.

De pruimenbomen Mirabelle en Quetsche zijn het meest geschikt voor een landklimaat
→ Alles over pruimenbomen: planten, snoeien en verzorgen in onze uitgebreide fiche
De kersenboom, de fruitboom die overal in Frankrijk groeit
Nog een vooraanstaand lid van de Rozenfamilie (Rosaceae), de kersenboom verdraagt het landklimaat gemakkelijk. Of hij nu bigarreaux (Prunus cerasus) of zure kersen (Prunus avium) voortbrengt, de kersenboom is namelijk winterhard tot – 20 °C en bloeit relatief laat, bij sommige variëteiten tot in april-mei. Bovendien is hij zeer gemakkelijk te telen en heeft hij een voorkeur voor diepe, vochtige en goed doorlatende bodems. Alleen op kleibodems waar veel vocht aanwezig is, gedijt hij slecht. Natuurlijk heeft hij een zonnige standplaats nodig, indien mogelijk goed beschut tegen de koudste wind.

Alle variëteiten van kersenbomen groeien in een landklimaat
Snoeien is niet verplicht en kan voor de kersenboom zelfs schadelijk zijn, omdat het de verspreiding van ziekten bevordert. Een eenvoudige snoei om de omvang te beperken volstaat. De kersenboom is relatief gevoelig voor moniliose, grauwe schimmel, bacteriekanker of loodglansziekte. Bladluizen kunnen de oogst ook in gevaar brengen, net als de kersenvlieg.
Ontdek ons ruime assortiment kersenbomen die in streken met een mediterraan klimaat kunnen worden geplant.
→ Alles over kersenbomen, planten, snoeien en onderhoud in onze uitgebreide fiche
De walnootboom, de typische boom voor koele klimaten
De Grenoble-walnoot heeft een beschermde oorsprongsbenaming (AOP). Dat wil zeggen dat de walnoot (Juglans regia) houdt van gebieden met een koel klimaat. Het is een zeer fraaie boom uit de familie van de Juglandaceae, die 15 meter hoog kan worden. Hij is winterhard tot – 30 °C en kan zelfs groeien op een hoogte van 800 tot 1000 meter, op voorwaarde dat hij beschut staat tegen harde wind. De jonge twijgen zijn daarentegen gevoelig voor late vorst.
De walnoot groeit vrij langzaam. Hij draagt pas na ongeveer vijftien jaar vruchten, hoewel sommige variëteiten eerder vrucht dragen. Hoewel de walnoot zelfbestuivend is, zijn andere bestuivende walnoten nodig, omdat de mannelijke en vrouwelijke bloemen vaak niet tegelijk bloeien.

In een landklimaat verdienen walnoten met late bloei de voorkeur
Voor gebieden met een uitgesproken landklimaat kun je het beste eerder late variëteiten kiezen, zoals ‘Franquette’, de meest aangeplante variëteit in de omgeving van Grenoble, of ‘Parisienne’, die in mei-juni bloeit.
→ Alles over de walnoot: planten, snoei en onderhoud in onze uitgebreide fiche
Zin in iets exotisch?
Als je zin hebt in fruit met meer exotische aroma’s, kan dat ook in een landklimaat. Sommige exotische fruitbomen die zon nodig hebben om vrucht te dragen, zijn uitstekend bestand tegen lage temperaturen. Ingrid heeft een selectie samengesteld van 7 fruitbomen die zowel exotisch als winterhard zijn.
- Abonneren
- Overzicht
Dit formulier wordt beschermd door reCAPTCHA: u kunt het privacybeleid en de gebruiksvoorwaarden raadplegen.
Opmerkingen